Examenreglement

Artikel 1

Dit examenreglement heeft betrekking op examens die leiden tot een diploma van Stichting Bureau Internationale Examens voor Beroepsopleidingen (hierna: SBI).

Artikel 2

In examens kunnen vragen over wetsartikelen voorkomen. Wetten kunnen wijzigen. Vanaf een jaar na de ingangsdatum van een wetswijziging kunnen vragen over de nieuwe wet in het examen worden gesteld. Studenten dienen het meest recente lesmateriaal te gebruiken.
Tijdens het examen worden de digitale wetteksten op een laptop of PC aan de student beschikbaar gesteld tenzij anders is aangegeven.

Artikel 3

SBI kan in overleg met de opleider beslissen om een examen niet langer aan te bieden. Tot een jaar na het genomen besluit blijft de mogelijkheid bestaan alsnog het examen af te leggen.

Artikel 4

Voor een examen wordt geen toelatingseisen gesteld.

Artikel 5

Een kandidaat kan vrijstellingen op basis van elders behaalde diploma’s of certificaten aanvragen bij de opleider. Een verzoek om vrijstelling wordt conform de richtlijnen van SBI afgehandeld. De certificaten of diploma’s mogen niet ouder zijn dan vijf jaar. Bij de aanvraag moeten bewijsstukken worden meegestuurd. Een onvolledige aanvraag wordt niet in behandeling genomen. Bij een toegekende vrijstelling ontvangt de kandidaat binnen vier weken een vrijstellingsbrief.

Artikel 6

De regels voor aanmelden en betalen kunnen per examen verschillen. Deze regels staan op de website van de opleider vermeld. SBI factureert de opleider periodiek voor de afgenomen examens.

Artikel 7

Het examen wordt ongeldig verklaard als de kandidaat fraudeert.

Artikel 8

Kandidaten melden zich voor het examen bij de opleider. De opleider is verantwoordelijk voor het organiseren van de SBI examens.

Het examen wordt onder toezicht van Stichting Bureau Internationale Examens voor Beroepsopleidingen (SBI) op de locatie van de opleider afgenomen.
Aan kandidaten die op de examendatum niet op het examen aanwezig zijn, wordt € 7,50 in rekening gebracht als administratiekosten. Het reeds betaalde examengeld wordt gereserveerd voor de volgende examenronde.

Artikel 9

Het verschuldigde examengeld dient de kandidaat uiterlijk 5 werkdagen voorafgaand aan de examendatum op de bankrekening van de opleider te storten.
Tot 5 werkdagen voorafgaand aan de examendatum mag een inschrijving kosteloos worden geannuleerd.

Artikel 10

Kandidaten met een lichamelijke of geestelijke beperking kunnen in aanmerking komen voor examentijdverlenging en/of eventuele aanpassingen. Dit moet worden aangevraagd. Dit is uitsluitend mogelijk bij inschrijving voor het een examen.

Bij de examens is het toegestaan om een rekenmachine of een woordenboek zonder aantekeningen of markeringen te gebruiken tenzij anders is aangegeven. De kandidaat dient voor een eigen rekenmachine of woordenboek te zorgen. Telefoons of tablets met rekenmogelijkheden zijn niet toegestaan.

Artikel 11

Voor de aanmelding van een examen geldt per examenronde een sluitingsdatum. Aanmelden en betaling tegen het reguliere examentarief kan tot 5 werkdagen voorafgaand aan de examendatum. Het moment waarop de betaling is ontvangen, wordt beschouwd als aanmelddatum.
Bij een last-minute aanmelding wordt € 7,50 aan administratiekosten in rekening gebracht. De betaling van het examengeld en de eventuele administratiekosten dienen vóór de afname van het examen plaats te vinden, anders wordt het examen ongeldig verklaard.

Artikel 12

De kandidaat moet zijn identiteit kunnen aantonen vóór en/of tijdens het examen. De surveillant moet objectief kunnen vaststellen dat de aanwezige kandidaat dezelfde persoon is als op het legitimatiebewijs. Een kandidaat die zich niet kan legitimeren, mag niet aan het examen deelnemen.

Artikel 13

De kandidaat mag na afloop van het examen geen aantekeningen (of delen) van het examen meenemen buiten de examenruimte.

Artikel 14

De kandidaat mag in de examenzaal geen telefoon, tablet of persoonlijke bezittingen die tot fraude kunnen leiden op tafel hebben liggen. Telefoons moeten worden uitgezet.

Artikel 15

De kandidaat mag geen overlast veroorzaken en moet de aanwijzingen van de surveillant opvolgen.

Ingeval van overtreding zijn twee soorten sancties mogelijk:
Als de betreffende kandidaat ter plaatse voor overlast zorgt, wordt hij uit de examenzaal verwijderd.
Als er geen directe overlast is of als verwijdering uit de zaal voor nog meer overlast zorgt, kan het examen achteraf ongeldig worden verklaard.

Artikel 16

Tijdens het examen mag een kandidaat de zaal slechts tijdelijk verlaten met toestemming en onder begeleiding van een surveillant.

Artikel 17

Als een surveillant tijdens het examen fraude constateert of vermoedt, deelt hij dit direct aan de kandidaat mee. Er wordt door de surveillant gedetailleerd verslag gedaan. Dat gebeurt in het examenverslag. Eventueel bewijsmateriaal wordt in beslag genomen en bijgevoegd. De kandidaat mag het examen afmaken.

Bij constatering van fraude vooraf, tijdens of na afloop van het examen, wordt het examenwerk niet beoordeeld; de uitslag van het desbetreffende examen wordt niet vastgesteld. Hiertegen kan bezwaar worden aangetekend.

Artikel 18

Kandidaten die 30 minuten na aanvang van het examen laat zijn, mogen niet meer aan het examen deelnemen. Het tijdstip waarop de kandidaat aanwezig moet zijn, staat vermeld op de lesrooster.
Kandidaten die aan een examen zijn begonnen, mogen pas na 30 minuten de examenzaal verlaten.

Artikel 19

Als tijdens een computergestuurd examen een storing optreedt, zal de surveillant de verloren examentijd extra bijgeven. De minimale extra tijd is vijf minuten.
Als het examen als gevolg van een storing niet verder kan worden afgenomen, mag de kandidaat gratis herkansen.

Artikel 20

Bij het examen is een presentielijst aanwezig. De kandidaat dient deze voor of tijdens het examen ten overstaan van een surveillant te tekenen.

Artikel 21

Schriftelijke examens dienen met een blauw of zwart schrijvende pen gemaakt te worden, anders wordt het werk niet beoordeeld.

Artikel 22

De opleider verstrekt examenpapier bij het schriftelijk examen. De kandidaat mag het examen alleen op dit papier maken. Het gemaakte examenwerk blijft eigendom van de opleider.

De kandidaat is zelf verantwoordelijk voor het inleveren van het totale examenwerk aan de surveillant en/of het opslaan van het bestand op de schijf of aangereikt usb-stick.

Artikel 23

Examens met open vragen worden door vakinhoudelijke deskundigen onder toezicht van het examencommissie beoordeeld aan de hand van vastgestelde normen.

De verdeling van punten en de bepaling van de cesuur worden vooraf vastgesteld door SBI. Over deze vaststelling is geen discussie mogelijk.

Bij examens met uitsluitend of gedeeltelijk gesloten vragen kan de gokkans meegewogen worden bij de vaststelling van de cesuur.

Het eindcijfer wordt berekend op twee decimalen nauwkeurig, waarbij een 5,49 een eindcijfer 5 en 5,50 een eindcijfer 6 oplevert.

Een kandidaat is geslaagd als voor het eindcijfer minimaal een 6 is behaald.

Artikel 24

Examenresultaten dienen binnen vier weken na het examen door de opleider te worden bekendgemaakt. De resultatenlijst dient tevens binnen vier weken na het examen aan SBI te worden opgestuurd.
Diploma’s, certificaten en cijferlijsten worden binnen vier weken na de uitslag door SBI naar de opleider gezonden.

Artikel 25

Diploma's en certificaten worden ondertekend door de voorzitter van de examencommissie of diens vervanger.

Artikel 26

De datumvermelding op de diploma’s, certificaten en cijferlijsten is bij mondelinge en schriftelijke examens de datum van definitieve uitslagbepaling. Bij online examens is dat de eerste dag van de maand, volgend op de maand waarin het examen is afgelegd.

Artikel 27

Kandidaten en andere belanghebbenden kunnen klachten van inhoudelijke of procedurele aard indienen bij de opleider. Klachten worden vertrouwelijk behandeld.

Een klacht wordt behandeld, als deze binnen twee maanden na het betreffende incident door de opleider wordt ontvangen. Klachten worden binnen tien werkdagen afgehandeld. Soms duurt het onderzoek na een klacht langer dan tien werkdagen. De opleider meldt dat dan aan de klager.

Kandidaten die het niet eens zijn met de afhandeling van hun klacht, kunnen dit melden bij SBI.

Artikel 28

Inzage van een schriftelijk examen kan via de opleider aangevraagd worden binnen twee weken na bekendmaking van de uitslag. Hiervoor worden per examen € 10,00 in rekening gebracht.
Inzage van schriftelijk examens vindt plaats op het kantoor van de opleider. Tijdens inzage mogen geen vragen en/of antwoorden worden gedupliceerd. Wel mogen aantekeningen worden gemaakt ten behoeve van een bezwaar.

Inzage van een mondeling examen of van een ingediende businesscase is niet mogelijk. Bij het bekendmaken van de uitslag ontvangt de student automatisch het door de examinator ingevulde beoordelingsformulier, waarbij per onderdeel de normering en het behaalde aantal punten worden aangegeven.

Artikel 29

Een kandidaat kan uitsluitend na inzage een bezwaarschrift indienen bij de opleider als:
hij niet eens is met zijn uitslag; of
een examen niet is beoordeeld na constatering van fraude.

Een bezwaar is ontvankelijk als het inhoudelijk is onderbouwd. Voor een bezwaar worden € 15,00 administratiekosten in rekening gebracht. Bij een gehonoreerd bezwaar volgt restitutie van de kosten voor inzage en bezwaar. Een bezwaar is toegewezen wanneer 10% of meer van de totaal te behalen punten alsnog wordt toegekend of als het eindcijfer van een kandidaat van een onvoldoende naar een voldoende gaat. Bij een toegewezen bezwaar op de constatering van fraude wordt het examenwerk alsnog beoordeeld en vindt restitutie plaats van de kosten van bezwaar.

Artikel 30

Na een afgewezen bezwaar kan de kandidaat in beroep gaan bij de Stichting Bureau Internationale Examens voor Beroepsopleidingen (SBI). De uitspraak van SBI is bindend.

Voor het behandelen van een beroepszaak worden € 25 aan beroepskosten in rekening gebracht. Bij een toegewezen beroep op de uitslag van een bezwaar vindt restitutie plaats van de kosten van inzage en bezwaar en van de kosten van beroep. Bij een toegewezen beroep op de constatering van fraude wordt het examenwerk alsnog beoordeeld en vindt restitutie plaats van de kosten van bezwaar en de kosten van beroep.

Artikel 31

De termijnen bij een bezwaar- of beroepsprocedure zijn als volgt:
Uiterlijk binnen vier weken na de bekendmaking van de uitslag dan wel de dagtekening van de uitspraak op het bezwaarschrift kan een kandidaat die het niet eens is met het besluit, een schriftelijk bezwaar of beroep indienen.
De uitslag van het bezwaar of beroep wordt binnen zes weken verstrekt.